Een verlichtingsplan is een tekening van je plafond en wanden waarop staat waar elk lichtpunt komt, wat het moet doen en op welke schakelaar het zit. Je maakt er een vóór de elektricien komt, want daarna zitten de leidingen vast en wordt elke wijziging hakwerk.
Wat er op moet staan
- De plattegrond van de ruimte met de maten erbij
- Alle lichtpunten met hun onderlinge afstand en de afstand tot de muren
- Per punt het type: inbouwspot, wandlamp, hanglamp
- De schakelgroepen: wat gaat samen aan en uit
- Waar een dimmer komt
- De kleurtemperatuur per zone
Dat laatste wordt bijna altijd vergeten en is juist het goedkoopst om vooraf te bepalen.
Stap 1: teken wat er staat, niet wat er komt
Begin met de meubels, niet met het plafond. Waar staat de bank, waar de eettafel, waar het aanrecht? Licht hoort bij wat er gebeurt in een ruimte, en dat weet je pas als je de indeling voor je ziet.
Zet er ook bij waar je zit met je gezicht naar toe. Een spot recht achter je rug bij de leesstoel werpt schaduw op je boek.
Stap 2: verdeel in drie lagen
Een ruimte met één laag licht voelt plat. Drie lagen maken het verschil:
- Algemeen licht — de plafondspots, voor het basisniveau.
- Functioneel licht — boven het aanrecht, de eettafel, de leesstoel. Hier moet je iets kunnen zien.
- Sfeerlicht — wandlampen en accenten die de ruimte diepte geven.
Mik op ongeveer twee derde van je totale lumen in de eerste laag en vul de rest aan. Alles in het plafond stoppen is de meest gemaakte fout.
Stap 3: reken je lumen uit
Per ruimte: ongeveer 100 tot 150 lumen per vierkante meter voor een woonkamer, 200 tot 300 voor keuken en badkamer, en zo'n 100 voor een slaapkamer. Vermenigvuldig met je oppervlakte en deel door de opbrengst per spot.
Met onze Quaro reken je met 400 lumen per stuk, met de Ferro met 600. Kies de sterkere spot in grote of hoge ruimtes: minder gaten, minder bedrading.
Stap 4: verdeel over het plafond
Vuistregel voor de onderlinge afstand: plafondhoogte gedeeld door twee. Bij 2,60 meter is dat ongeveer 1,30 meter, met 60 tot 80 cm tot de muur. Symmetrie telt zwaarder dan de exacte maat — een scheve rij ziet iedereen, tien centimeter afwijking niemand.
Teken de balken erbij als je die weet. Een spot die op een balk uitkomt moet alsnog verschuiven.
Stap 5: bepaal je schakelgroepen
Hier zit de meeste winst, en het kost achteraf het meest om te veranderen. Wil je de spots boven het aanrecht los kunnen schakelen van de rest? Dan moeten daar aparte leidingen heen.
Zet per groep ook meteen neer of er een dimmer komt. Kies je voor dimmen, dan heb je spots met een dimbare driver nodig en een Triac-dimmer; zie de dimmergids.
Stap 6: kies je kleurtemperatuur per zone
3000K als algemene keuze, 2700K in slaapkamer en zithoek, 4000K boven een werkblad. Houd het binnen één ruimte gelijk.
Werk je met CCT-spots zoals de Lesto of de Lyvo, dan kun je die keuze uitstellen tot de montage. Noteer op je plan wel welke stand waar komt, anders staat het na een jaar door elkaar.
Wat je overhoudt
Een A4 per ruimte waarmee de elektricien precies weet waar hij leidingen moet trekken, en waarmee jij weet hoeveel spots je moet bestellen. Het aanbod staat bij de inbouwspots.
Wanneer maak je een verlichtingsplan?
Voordat de elektricien leidingen trekt. Daarna is elke wijziging hakwerk in muren en plafond.
Hoeveel lichtpunten heb je nodig per ruimte?
Reken eerst je lumen uit en deel door de opbrengst per spot. Verdeel daarna over drie lagen: algemeen, functioneel en sfeer.
Moet ik de kleurtemperatuur nu al kiezen?
Bij CCT-spots niet, die stel je bij montage in. Noteer wel per zone welke stand je wilt.