In vol zonlicht meet je 100.000 lux of meer, op een bewolkte dag ongeveer 1.000 en bij zonsondergang zo'n 400. Schemering zit rond de 10 lux en volle maan op 0,1. Binnenverlichting zit daar ver onder: een kantoor haalt 500 lux.
Weet je wat je zoekt? Bekijk alle Inbouwspots (32)
Wat lux precies is
Lux is lumen per vierkante meter. Eén lux is dus één lumen die verdeeld wordt over een vierkante meter oppervlak. Het is een maat voor wat er op een vlak aankomt, niet voor wat een lamp uitzendt.
Daarom kun je met dezelfde lamp elke gewenste luxwaarde halen: houd hem dichtbij en de lux schiet omhoog, hang hem hoog en het zakt weer. Meer daarover in Wat is het verschil tussen lumen en lux?
De waarden op een rij
- 100.000 tot 130.000 lux: direct zonlicht op een heldere dag
- 10.000 tot 20.000 lux: daglicht in de schaduw of onder een lichte bewolking
- 1.000 lux: een gewone bewolkte dag
- 400 lux: zonsopgang of zonsondergang bij helder weer
- 100 lux: een heel donkere winterdag
- 10 lux: schemering
- 1 lux: diepe schemering
- 0,1 lux: volle maan bij heldere hemel
Wat opvalt is de schaal. Tussen vol zonlicht en volle maan zit een factor miljoen, en toch kun je in beide situaties zien. Je oog past zich aan over een bereik dat geen enkele camera haalt.
Waarom binnenverlichting zo laag lijkt
Een kantoor zit op 500 lux, een woonkamer vaak op 50 tot 150. Naast die 100.000 lux buiten lijkt dat bespottelijk weinig, en toch werkt het prima.
Dat komt doordat je binnen geen vergelijking hebt. Zolang alles in de ruimte in dezelfde orde van grootte zit, stelt je oog zich in en ziet het genoeg. Het gaat mis zodra er een fel raam náást een donkere hoek zit, want dan moet je pupil steeds heen en weer.
Bij een raam kun je dat meten: zet je telefoon met een luxmeter-app op je bureau bij het raam en daarna in de hoek van de kamer. Zie je een factor tien verschil, dan is dat de plek waar een extra lichtpunt echt helpt.
Wat je instelt op een schemerschakelaar
Hier komen die getallen van pas. Een schemerschakelaar of sensor schakelt op een luxwaarde die je zelf instelt, en de meeste modellen lopen ergens van 2 tot 100 lux.
Wat dat in de praktijk betekent:
- Rond 10 lux: hij gaat aan als het echt begint te schemeren. Voor de meeste tuinen en opritten de juiste keuze.
- Rond 20 tot 50 lux: hij gaat vroeger aan, ook op een donkere regenmiddag. Handig bij een donkere gang of onder een dicht bladerdek.
- Onder 5 lux: hij wacht tot het bijna volledig donker is. Zuinig, maar je loopt de eerste half uur schemer in het donker.
Twee dingen die vaak misgaan. Zet de sensor niet in het licht van de lamp die hij zelf schakelt, want dan gaat hij aan, meet licht, en schakelt meteen weer uit. En houd rekening met straatverlichting: een lantaarnpaal vlakbij tilt de gemeten waarde op, waardoor je lamp later aangaat dan je verwacht.
Een luxmeter-app is een schatting
De lichtsensor van een telefoon is bedoeld om het scherm te dimmen, niet om te meten. Hij zit achter glas, kijkt maar één kant op en is niet geijkt. Voor het vergelijken van twee plekken in dezelfde kamer is dat prima, voor een absolute waarde niet.
Wil je weten hoeveel licht je in een ruimte nodig hebt, reken dan liever met lumen per vierkante meter. Dat staat uitgewerkt in Hoeveel lumen heb je nodig per kamer? De spots zelf vind je bij de inbouwspots, de buitenlampen bij de wandlampen.
Hoeveel lux is daglicht binnen?
Vlak bij een raam kom je op een heldere dag makkelijk boven de 1.000 lux uit. Twee meter verder is dat vaak al gezakt naar een paar honderd.
Op hoeveel lux zet je een schemerschakelaar?
Rond 10 lux is de gebruikelijke keuze: dat is het moment waarop het echt begint te schemeren. Hoger betekent eerder aan, lager betekent later.
Hoeveel lux is een lumen?
Dat hangt af van het oppervlak. Eén lumen verdeeld over één vierkante meter is één lux. Dezelfde lamp geeft dus meer lux naarmate hij dichterbij hangt.