16 AMPERE

Hoeveel led-spots mogen er op één groep?

06 October 2026
4 min lezen
Hoeveel led-spots mogen er op één groep?

Op vermogen gerekend passen er honderden. Een groep van 16 ampère levert bijna 3.700 watt, en daar gaan meer dan vijfhonderd spots van 6 watt in. In de praktijk is niet het vermogen de grens, maar de stroompiek op het moment dat je de schakelaar omzet.

De rekensom die iedereen maakt

Een gewone lichtgroep in Nederland is 16 ampère bij 230 volt. Dat is 3.680 watt. Zet je daar spots van 6 watt op, dan kom je theoretisch op ruim zeshonderd stuks.

Met gloeilampen klopte die som ook. Een gloeilamp is een draadje: hij trekt bij het inschakelen even wat meer, maar verder gedraagt hij zich als een weerstand. Een groep vol gloeilampen gaf daarom zelden problemen.

Waarom led zich anders gedraagt

In elke led zit elektronica met condensatoren, en die zijn bij het inschakelen nog leeg. Op dat moment gedragen ze zich vrijwel als kortsluiting. Er loopt heel even een piek die een veelvoud is van de normale stroom, tot tientallen malen zo hoog, en die duurt ongeveer een tot enkele milliseconden.

Je meet die piek nooit met een gewone meter en je merkt hem alleen aan het gevolg: de automaat klapt eruit op het moment dat je aandoet, en nooit als het licht al brandt. Precies dat patroon is de diagnose.

B of C, dat is het verschil

Een installatieautomaat kent een karakteristiek die zegt hoeveel kortstondige overstroom hij toelaat:

  • B schakelt af bij ongeveer drie tot vijf keer de nominale stroom. Bij een B16 zit dat tussen de 48 en 80 ampère.
  • C laat ongeveer vijf tot tien keer de nominale stroom door voordat hij afschakelt.

Dezelfde piek die een B-automaat eruit gooit, komt bij een C-automaat gewoon langs. In woningen zit meestal een B, want die beschermt gevoeliger. Er zit een grens aan wat je zomaar mag omwisselen, en dat hoort een installateur te bepalen: een zwaardere karakteristiek betekent ook dat de leiding langer belast kan worden bij een fout.

Wat je in een woning kunt aanhouden

Een vaak gehoorde vuistregel is dat je vanaf een stuk of tien led-armaturen per groep tegen het probleem aan kunt lopen. Dat is geen norm en het hangt volledig af van de drivers die erin zitten, maar het geeft de orde van grootte aan.

Belangrijk daarbij: het gaat om het aantal drivers, niet om het aantal spots. Zes spots van 3 watt op één gezamenlijke driver is voor de automaat één belasting. Twaalf losse 230 volt-spots met elk hun eigen ingebouwde driver zijn twaalf pieken tegelijk.

Dat is meteen een argument voor spots met een doorlusdriver of een gedeelde driver op een lange rij. Meer over hoe je dat verdeelt staat in Hoeveel led-spots kun je op één driver aansluiten?

Wat je doet als de automaat eruit klapt

Drie routes, van eenvoudig naar ingrijpend:

Verdeel over meer groepen. De eenvoudigste oplossing en meestal ook de beste, want dan blijft de rest van het licht branden als er ergens iets misgaat.

Schakel niet alles tegelijk. Twee schakelaars in plaats van één betekent twee kleinere pieken achter elkaar. In een grote woonkamer wil je dat toch al.

Laat een inschakelstroombegrenzer plaatsen. Dat is een blokje in de groepenkast dat de piek afvlakt. Werk voor een installateur, en pas zinvol bij grotere aantallen armaturen.

Wat je niet moet doen is een zwaardere zekering plaatsen. De automaat beschermt de leiding, niet de lamp. Meer vermogen was nooit het probleem.

De spots vind je bij de inbouwspots, de drivers bij de accessoires.

Hoeveel watt aan led kan er op één groep?

Een groep van 16 ampère levert 3.680 watt. Op vermogen zit je met huisverlichting nooit in de buurt van die grens. De inschakelpiek bepaalt in de praktijk het maximum.

Waarom slaat mijn automaat eruit bij het aandoen van het licht?

Dat is vrijwel altijd de inschakelstroom van de led-drivers. De condensatoren erin zijn nog leeg en trekken een korte piek van een veelvoud van de normale stroom.

Mag ik een C-automaat plaatsen in plaats van een B?

Dat is geen doe-het-zelfklus. Een andere karakteristiek verandert hoe snel de installatie bij een fout afschakelt, en dat moet passen bij de leiding. Laat het bepalen door een installateur.