Een bruikbare vuistregel: de afstand tussen twee spots is ongeveer gelijk aan de plafondhoogte gedeeld door twee. Bij een plafond van 2,60 meter kom je dan op ongeveer 1,30 meter tussen de spots, en op zo'n 60 tot 80 cm tot de muur.
Waarom plafondhoogte de maat bepaalt
Een spot verlicht een cirkel op de vloer, en die cirkel wordt groter naarmate de spot hoger hangt. In een hoge ruimte overlappen de lichtkegels dus eerder en mogen de spots verder uit elkaar. In een laag plafond krijg je bij dezelfde afstand donkere plekken tussen de spots.
Halveer je de plafondhoogte, dan houd je een lichte overlap tussen de kegels. Dat is precies wat je wilt: geen strepen, geen gaten.
Drie standaardsituaties
- Plafond 2,40 m — spots op ongeveer 1,20 m uit elkaar
- Plafond 2,60 m — ongeveer 1,30 m
- Plafond 3,00 m — ongeveer 1,50 m
Deze regel geldt voor algemeen plafondlicht. Voor accentlicht boven een aanrecht of een schilderij gelden andere afstanden, want daar wil je juist een geconcentreerde bundel op één plek.
De afstand tot de muur is de helft
Hier gaat het het vaakst mis. Hang je de buitenste rij spots even ver van de muur als van elkaar, dan blijft de muur donker en lijkt de kamer kleiner dan hij is.
Neem daarom ongeveer de helft van de onderlinge afstand, dus 60 tot 80 cm bij een gemiddeld plafond. De muur wordt dan mee aangelicht en dat maakt een ruimte optisch groter. Hang je te dicht bij de muur, dan krijg je een felle streep op het behang en zie je elke oneffenheid in het stucwerk.
Kijk naar de lichthoek van je spot
De vuistregel gaat uit van een gewone brede bundel. Heb je een spot met een smalle lichthoek, dan is de cirkel op de vloer kleiner en moeten de spots dichter bij elkaar. Bij een brede bundel mag het juist ruimer.
Bij een kantelbare spot kun je dat deels bijsturen: richt de buitenste spots iets naar de muur toe en de binnenste recht naar beneden. Dan haal je met minder spots een gelijkmatiger beeld.
Reken eerst je aantal uit, verdeel daarna
De volgorde is belangrijk. Bepaal eerst hoeveel lumen je nodig hebt en hoeveel spots dat worden, en verdeel die daarna over het plafond. Kom je op zes spots in een kamer van 4 bij 5 meter, dan wordt dat twee rijen van drie — niet een raster van acht omdat dat toevallig mooi uitkomt op 1,30 meter.
Loop het na met een schets voor je gaat zagen. Meet ook waar de balken zitten: een spot die precies op een balk uitkomt, moet alsnog verschuiven.
Symmetrie telt zwaarder dan de rekenregel
Een plafond waarin de spots keurig op 1,30 meter staan maar scheef ten opzichte van de kamer, ziet er slechter uit dan een plafond waarin ze op 1,45 meter staan en netjes uitgelijnd zijn met de wanden. Verdeel de resterende ruimte gelijk over de randen en houd de rijen evenwijdig aan de kortste muur.
Wijk gerust 10 tot 20 centimeter af van de vuistregel als de kamer daarom vraagt. Niemand ziet dat; een scheve rij ziet iedereen.
Wat je nog kunt corrigeren
Zit alles er eenmaal in en is het toch te fel of te vlak, dan is een dimmer de goedkoopste correctie. Kies spots met een dimbare driver en een Triac-dimmer; zie de dimmergids. Het aantal spots per ruimte reken je uit met Hoeveel lumen heb je nodig per kamer? en het aanbod staat bij de inbouwspots.
Hoeveel afstand tussen spots bij een plafond van 2,60 meter?
Ongeveer 1,30 meter tussen de spots en 60 tot 80 cm tot de muur.
Hoe ver moeten spots van de muur?
Ongeveer de helft van de onderlinge afstand. Verder weg laat de muur donker, dichterbij geeft een felle streep op het behang.
Moet de afstand overal precies gelijk zijn?
Symmetrie is belangrijker dan de exacte maat. Wijk gerust een decimeter af om de rijen netjes uit te lijnen met de wanden.