Als vuistregel 60 tot 80 centimeter uit de muur voor gewoon plafondlicht, en 30 tot 40 centimeter als je de wand of een kast juist wilt aanlichten. De afstand tot de muur bepaalt iets anders dan de afstand tussen de spots onderling: die tweede bepaalt of het licht gelijkmatig is, deze bepaalt of je wand een lichtvlek krijgt of niet.
Waarom te dicht op de muur opvalt
Een spot vlak langs de wand werpt een halve cirkel licht tegen die wand. Bij een gladde witte muur valt dat mee, maar bij spachtelputz, behang met structuur of een gestucte wand met een golfje erin wordt elke oneffenheid uitvergroot. Het licht komt er onder een scherpe hoek op, en dan werpt elke bobbel een schaduw.
Andersom is te ver van de muur ook zichtbaar: dan blijft de bovenrand van de wand donker en lijkt de ruimte lager dan hij is.
De vuistregels
- Algemeen licht: 60 tot 80 centimeter uit de muur. Ver genoeg om de wand niet aan te lichten, dicht genoeg om de hoeken van de kamer niet donker te laten.
- Wandwassen: 30 tot 40 centimeter. Hier wil je die lichtstreep juist. Werkt bij een boekenkast, een schouw of een wand met een mooie afwerking, en alleen als die wand glad is.
- Boven een werkblad: recht boven de voorrand. Niet boven het midden van het blad, want dan sta je in je eigen schaduw.
Deze getallen zijn richtlijnen, geen norm. Ze hangen af van je plafondhoogte en van de lichtbundel van de spot. Bij een hoger plafond schuif je verder van de muur, bij een smalle bundel juist dichterbij.
De bundel doet de helft van het werk
Een spot met een brede bundel van 60 graden spreidt het licht over een grote cirkel en verdraagt daardoor meer afstand tot de muur. Een smalle bundel van 36 graden legt een strakkere plas licht neer en is daarmee geschikter om iets gericht aan te lichten.
De Lyvo heeft een bundel van 60 graden en is dus een algemeenlichtspot. De Lesto en de Cavo hebben een smallere bundel van 36 graden en zetten een gerichter vlak neer.
Een schilderij of een kast aanlichten
Hier telt niet alleen de afstand maar ook de hoek. Zet je de spot recht boven een schilderij, dan krijg je een glimplek in het glas en een slagschaduw van de lijst.
Wat wel werkt: de spot ongeveer 30 tot 40 centimeter uit de muur, en gekanteld zodat het licht onder een schuine hoek op het doek valt. Daar heb je een kantelbare spot voor nodig, bijvoorbeeld de Faro, of een railspot die je na het ophangen nog kunt bijstellen. Wanneer kantelbaar zin heeft en wanneer niet staat in Kantelbare of vaste spots: wat kies je?
Teken het eerst uit
Een gat in een plafond gaat er niet meer uit. Leg de maten op papier of plak ronde stickers op het plafond voordat je de gatenzaag pakt, en loop dan door de ruimte om te kijken of het klopt.
De afstand tussen de spots onderling reken je apart uit, en dat is de maat die bepaalt of het licht gelijkmatig wordt: Hoeveel afstand zit er tussen plafondspots? Hoeveel spots je in totaal nodig hebt, staat per ruimte in de kennisbank.
Het aanbod staat bij de inbouwspots en de opbouwspots.
Hoe ver moet een spot van de muur zitten?
Voor gewoon plafondlicht 60 tot 80 centimeter. Wil je de wand juist aanlichten, dan 30 tot 40 centimeter. Het zijn vuistregels die meebewegen met je plafondhoogte en de bundel van de spot.
Waarom zie je oneffenheden in de muur bij spots?
Omdat het licht er onder een scherpe hoek op valt en elke bobbel dan een schaduw werpt. Bij een structuurwand hou je daarom meer afstand.
Hoe licht je een schilderij aan met een spot?
Zet de spot ongeveer 30 tot 40 centimeter uit de muur en kantel hem, zodat het licht schuin op het doek valt. Recht erboven geeft glimplekken en een schaduw van de lijst.