Dit is de vraag die we het vaakst krijgen, en het antwoord valt bijna altijd lager uit dan mensen verwachten. Trapverlichting hoeft niet elke trede te raken, en te veel licht maakt een trap juist onveiliger.
Het korte antwoord: om de twee of drie treden
Om de trede oogt onrustig en is zelden nodig. Om de twee treden geeft een strak, ritmisch beeld en genoeg licht om veilig te lopen. Om de drie treden werkt ook prima, zeker bij een lange rechte trap, en scheelt weer een derde in kosten.
Een gebruikelijke trap in een woonhuis heeft dertien tot zestien treden. Dat komt neer op:
- Om de twee treden — 6 tot 8 lichtpunten
- Om de drie treden — 4 tot 5 lichtpunten
Begin altijd onderaan met het eerste punt, niet bovenaan. De onderste treden zijn de treden waar je in het donker het eerst je voet neerzet.
Aan welke kant?
Bij een rechte trap: steeds aan dezelfde kant. Afwisselend links en rechts lijkt speels op een tekening, maar in het echt zie je dan om en om de andere helft van de trede en dat leest slechter.
Bij een draaitrap of kwartslag: volg de buitenbocht. Daar zijn de treden het breedst en daar zet je je voet neer. Aan de binnenkant zijn de treden op hun smalst en heeft licht weinig zin.
Bij een trap tegen een muur is de muurkant de logische keuze, simpelweg omdat daar wat te bevestigen valt.
Op welke hoogte?
Ongeveer 15 tot 20 cm boven de trede waar het licht op moet vallen. Lager en je verlicht alleen de neus van de trede; hoger en het licht komt in het zicht te staan van wie de trap op loopt.
Belangrijker dan de exacte maat is dat alle punten op dezelfde hoogte boven hun trede zitten. Een lijn lichtpunten die netjes parallel loopt aan de trap ziet er verzorgd uit; twee centimeter afwijking valt meteen op.
Hoeveel licht per punt?
Weinig. Onze modules zitten tussen de 1,5 en 3 watt en geven 90 tot 150 lumen. Dat klinkt als niets vergeleken met een plafondspot van 400 lumen, en dat is precies goed.
Te veel licht op een trap werkt averechts. Je oog past zich aan op het felste punt in het beeld; is dat de lichtbron zelf, dan zie je de rand van de trede juist slechter. Het doel is niet de trap uitlichten, maar de treden aftekenen.
Wat heb je precies nodig per punt?
Bij het Trevo-systeem bestaat elk lichtpunt uit twee onderdelen:
- Een basisdeel — de inbouwlamp die in de muur of het stootbord verdwijnt. € 14,95 voor de 1,5W CCT-versie, € 23,95 voor de 3W RGBW-versie.
- Een opzetstuk — de zichtbare afwerking die bepaalt welke kant het licht op gaat. € 13,95, in acht vormen en drie kleuren.
Dus zeven lichtpunten betekent zeven basisdelen en zeven opzetstukken. Reken op ongeveer € 29 per punt.
Een driver hoef je er niet bij te kopen. De modules werken rechtstreeks op 230 volt, dus je hoeft niet uit te rekenen hoeveel watt er op één trafo past en er zit geen extra kastje achter je stootbord.
Welk opzetstuk kies je?
Dat hangt af van waar het licht heen moet:
- Licht onder — het licht valt recht naar beneden op de trede. De veiligste keuze en de meest gebruikte.
- Licht achter — een dichte rand met licht dat er rondom achter vandaan komt. Zachter, meer sfeer dan functie.
- 360 graden — licht langs alle vier de randen. Werkt mooi in een strakke, moderne trap.
- Licht midden — een verticale lichtsleuf. Grafisch, valt op.
- Bundel 60 graden — gericht licht, handig als de trede ver van het lichtpunt af ligt.
Het opzetstuk schuift er zonder gereedschap af. Twijfel je, begin dan met licht onder — je kunt later wisselen zonder opnieuw te boren.
En als je niet wilt schakelen?
Dan is de Steno steplight een alternatief: die heeft een ingebouwde bewegingssensor, schakelt aan bij beweging binnen 8 meter en gaat na ongeveer 30 seconden vanzelf weer uit. Voor het Trevo-systeem plaats je een losse bewegings- of schemersensor in de voeding, vóór de eerste module.